Animo ICT-studie blijft dalen
Uit: "De Automatisering Gids", Weekblad 2005, week 34
Animo ICT-studie blijft dalen
Verbeterde perspectieven op de arbeidsmarkt kunnen trend van laatste vijf jaar nog niet keren
De interesse voor een ICT-studie blijft licht teruglopen, ondanks de verbeterde arbeidsmarktperspectieven voor pas afgestudeerde ICT’ers.
Opleidingen in het hoger onderwijs krijgen aankomend studiejaar meer studenten over de vloer dan vorig jaar. Het aantal aanmeldingen voor voltijd HBO-opleidingen steeg met 2 procent, de animo voor een academische studie nam zelfs met 6 procent toe. Maar dat vertaalt zich niet in meer belangstelling voor ICT-opleidingen. Gemiddeld daalt de belangstelling voor een ICT-opleiding op academisch niveau met 7 procent ten opzichte van vorig jaar. Informatica-opleidingen op HBO-niveau hebben te maken met een lichtere terugval van gemiddeld een half procent. Dat blijkt uit deze week - net voor aanvang van het nieuwe studiejaar - gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau Aanmeldingen en Plaatsing (CBAP).
De daling valt minder sterk uit dan de vooraanmeldingscijfers begin juni deden vermoeden. Toen lag het aantal aanmeldingen voor een wetenschappelijke ICT-studie 19 procent lager dan in juni 2004, terwijl de HBO-instellingen 10 procent minder aanmeldingen hadden ontvangen. Maar het is wel het vijfde jaar op rij dat de animo voor een hogere ICT-opleiding daalt. Terwijl de arbeidsmarkt voor hoger opgeleide ICT’ers juist lijkt aan te trekken.
Uit de deze week gepubliceerde HBO-Monitor blijkt dat ondanks de aanhoudende tegenvallende economie de kans op werk voor pas afgestudeerde ICT’ers met een HBO-diploma in 2004 is gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. De HBO-Monitor is een jaarlijks terugkerend onderzoek dat inzicht geeft in de arbeidsmarktperspectieven voor HBO’ers. Zij worden na hun afstuderen gevolgd; na anderhalf jaar wordt gekeken hoe deze groep het doet op de arbeidsmarkt.
Van de meer dan duizend ondervraagde HBO’ers Hogere Informatica bleek slechts 4 procent werkloos. In 2003 zat 5 procent met een diploma in de Hogere Informatica na anderhalf jaar nog zonder werk. 4 Procent is ook lager dan het gemiddelde: van alle ondervraagde afgestudeerde HBO’ers zat anderhalf jaar na afstuderen 6 procent zonder werk. HBO’ers met een afgeronde opleiding Informatica en Informatiekunde op zak deden het nog beter; van hen was slechts 1 procent na anderhalf jaar nog werkloos. Een jaar eerder was dit 6 procent.
"De arbeidsmarkt voor pas afgestudeerde ICT’ers was door de malaise in de ICT-sector enigszins verslechterd, maar krabbelt al weer op", zegt een woordvoerder van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), dat het onderzoek uitvoert in opdracht van de HBO-raad. "Ook voor de komende jaren blijven de arbeidsmarktperspectieven voor deze groep gunstig", voorspelt hij.
Verschillende ICT-dienstverleners klagen al over het oplopend tekort aan goed opgeleide ICT’ers. Zo zei bestuursvoorzitter Ronald Kasteel van Ordina deze week bij de presentatie van de cijfers dat meer omzet gerealiseerd had kunnen worden als het bedrijf meer hoogopgeleide mensen in dienst had gehad. Er staan enkele honderden vacatures open bij de automatiseerder.
Uit de HBO-Monitor blijkt verder dat 88 procent van de ondervraagde Informatici een betaalde baan heeft (gemiddeld voor het HBO is dit 76 procent). 11 Procent heeft gekozen voor een vervolgstudie. Van de afgestudeerden van de opleiding Hogere Informatica heeft 72 procent een betaalde baan, en doet maar liefst 23 procent een vervolgstudie.
Opvallend is dat pas afgestudeerde ICT’ers veel vaker fulltime werken en iets vaker een vaste aanstelling hebben dan HBO’ers met een niet-ICT-opleiding. Slechts 7 procent van de ondervraagde afgestudeerden Informatica en Informatiekunde werkt parttime, bij Hogere Informatica is dit zelfs maar 6 procent, tegen 31 procent gemiddeld. Van de HBO’ers die anderhalf jaar geleden hun studie Hogere Informatica hebben afgerond heeft 68 procent een vast dienstverband, tegen 62 procent bij Informatica en Informatiekunde. Hiermee scoren zij nog altijd boven het gemiddelde van 59 procent. (ester schop)


Wie?













